Een boerin uit Beilen kaatst de vraag terug: hoe dan?

Gepubliceerd op 25 augustus 2026 om 07:23

Een boerin uit Beilen deelt haar verhaal naar aanleiding van een krantenartikel in het Dagblad van het Noorden, geschreven door journalist Wouter Hoving, met als titel "Wat voor platteland wil Nederland?"

De boerin runt samen met haar man en hun drie zoons een veehouderijbedrijf in Beilen. Ze melken 120 koeien en houden het bijbehorende jongvee. Het gezin heeft een gangbaar boerenbedrijf en is iedere dag bezig met het verzorgen van de dieren, het land en het bedrijf.

Hoewel zij niet binnen de 500‑ of 1.000‑meterzones vallen die in de stikstofbrief worden genoemd, betekent dat niet dat de brief geen gevolgen heeft. Ook zij worden geconfronteerd met een reductieopgave van 46 procent. Naast de zonering worden in de stikstofbrief meerdere maatregelen genoemd waaraan bedrijven moeten voldoen. Onlangs bleek binnen het Netwerk Praktijkbedrijven dat geen van de deelnemende bedrijven aan alle normen tegelijk kon voldoen.

Dat roept de vraag op: hoe realistisch is dit beleid voor de praktijk?

Ook als je buiten de aangewezen zones zit, ben je dus niet automatisch buiten schot. Je krijgt te maken met een stapeling van maatregelen en eisen. Ondertussen blijft het uitgangspunt dat de natuur niet mag verslechteren.

Natuurlijk vinden zij het belangrijk dat de natuur goed wordt beheerd en beschermd. Maar zij missen een aantoonbare relatie tussen een aantal maatregelen en daadwerkelijke natuurverbetering. Als maatregelen niet aantoonbaar bijdragen aan herstel van de natuur, waarom worden ze dan verplicht gesteld aan boeren?

Daarnaast wordt gezegd dat vergunningverlening wordt losgetrokken. Maar zolang we blijven werken met AERIUS en een rekenkundige ondergrens, blijft de kern van het probleem bestaan. Je kunt de vergunningverlening wel proberen los te trekken, maar zolang het onderliggende systeem niet verandert, blijft er weinig ruimte voor boeren om verder te kunnen.

Dat is misschien wel het belangrijkste om te begrijpen: boeren zijn niet boos. Ze zijn machteloos.

Ze willen ondernemen, investeren in hun bedrijf en het bedrijf doorgeven aan de volgende generatie. Maar ze weten niet meer waar ze aan toe zijn. Regels veranderen, eisen stapelen zich op en ondertussen moeten zij beslissingen nemen over investeringen die tientallen jaren meegaan.

Hun drie zoons groeien op op het bedrijf. De ouders willen hen graag een toekomst bieden op deze plek. Maar daarvoor is beleid nodig dat uitvoerbaar, betaalbaar en juridisch houdbaar is.

Het stuk dat de boerin indiende.

(Dit werd helaas niet geplaatst door het Dagblad van het Noorden, naar aanleiding van “Wat voor platteland wil Nederland?”)

Boeren waren woensdag niet boos. Ze waren machteloos.

Opinie

“Boeren reden woensdag boos door Drenthe met maar één doel.”

Die woorden las ik terug in het commentaar van Wouter Hoving in het Dagblad van het Noorden. Ik stond woensdag tussen die boeren. En eerlijk gezegd herken ik het beeld van boze boeren niet.

Wat ik zag, waren mensen die zich machteloos voelen.

Mensen die al jaren proberen mee te bewegen. Die investeren, verduurzamen, hun bedrijf aanpassen en ondertussen geconfronteerd worden met steeds veranderende regels. Mensen die hun vergunning ooit als zekerheid zagen, maar zich nu afvragen wat die vergunning nog waard is. Mensen die een bedrijf hebben opgebouwd voor de volgende generatie, maar niet weten of hun kinderen het straks nog kunnen overnemen.

Dat is geen boosheid omdat iemand zijn zin niet krijgt.

Dat is onzekerheid. Dat is frustratie. En ja, soms wordt die frustratie boosheid. Maar laten we vooral niet vergeten waar die boosheid vandaan komt.

Hoving stelt in zijn commentaar de vraag: hoe dan? Hoe moet de landbouw verder? Welke keuzes moeten boeren maken? Wat voor platteland willen we eigenlijk?

Dat is op zichzelf een terechte vraag.

Maar dan moeten we hem wel breder stellen.

Hoe dan, als je als ondernemer niet weet welke regels er over vijf jaar gelden?

Hoe dan, als je vergunning niet langer voelt als rechtszekerheid?

Hoe dan, als beleid voortdurend verandert en investeringen die gisteren verstandig waren, vandaag ineens verkeerd worden gevonden?

Hoe dan, als er miljarden worden uitgegeven aan maatregelen waarvan boeren zich afvragen of ze daadwerkelijk bijdragen aan betere natuur?

En hoe dan, als de overheid vooral praat óver boeren, maar veel te weinig mét boeren?

Boeren zijn niet tegen verandering. Dat beeld doet geen recht aan de werkelijkheid. Iedere boer

weet dat een bedrijf moet blijven ontwikkelen. Ook boeren willen een gezonde bodem, schoon water, biodiversiteit en een leefbaar platteland. Maar zij willen dat kunnen doen vanuit perspectief en vertrouwen.

Niet vanuit angst.

Woensdag reden de trekkers door Drenthe. Niet omdat boeren plezier beleven aan protesteren. Niet omdat ze de samenleving dwars willen zitten. Maar omdat ze het gevoel hebben dat er steeds minder andere manieren overblijven om duidelijk te maken dat het zo niet verder kan.

Dat is misschien wel de belangrijkste boodschap die we moeten horen.

Wanneer mensen zich niet gehoord voelen, gaan ze harder roepen.

Wanneer mensen zich machteloos voelen, gaan ze de straat op.

En wanneer het vertrouwen in de overheid verdwijnt, wordt ieder nieuw beleidsvoorstel ontvangen met argwaan.

Daarom zou ik de vraag van Hoving willen terugkaatsen:

Hoe dan?

Hoe dan zorgen we ervoor dat boeren weer vertrouwen krijgen in de overheid?

Hoe dan zorgen we ervoor dat vergunningen weer daadwerkelijk rechtszekerheid bieden?

Hoe dan zorgen we ervoor dat landbouwgrond landbouwgrond blijft?

Hoe dan zorgen we ervoor dat natuurbeleid gebaseerd wordt op wat er daadwerkelijk buiten gebeurt, en niet uitsluitend op modellen en theoretische berekeningen?

En vooral: hoe dan zorgen we ervoor dat jonge boeren weer durven zeggen: ik wil dit bedrijf overnemen?

Dat zijn de vragen waar het woensdag wat mij betreft over ging.

Ik zag geen groep mensen die alleen maar terug wil naar vroeger.

Ik zag mensen die vooruit willen, maar niet weten welke kant ze op mogen.

En misschien is dat wel het grootste probleem van allemaal.

Dus ja, meneer Hoving: hoe dan?

Die vraag mogen we absoluut stellen.

Maar laten we hem dan niet alleen aan de boeren stellen.

Stel hem ook aan de overheid.

Want boeren hebben al vaak genoeg laten zien dat ze bereid zijn om mee te bewegen.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.