Bert ten Hoorn Boer is melkveehouder in Nijeveen. Samen met zijn vrouw Alie runt hij daar een boerenbedrijf. Vanaf oktober nemen hun zoon en schoondochter het bedrijf over, omdat ten Hoorn Boer inmiddels AOW‑gerechtigd is en 67 jaar oud.
Het bedrijf heeft 35 ha in eigendom en huurt er nog 8 ha bij. Er zijn dus maar weinig koeien per ha, iets wat de overheid graag wil. Een groot aantal vaste kosten, zoals de rente en aflossing van de lening die is afgesloten om een nieuwe stal te kunnen bouwen (12 jaar geleden) en voor hij bijkopen van 8 ha grond van de buurman, is afgestemd op de opbrengst van zo'n 70 koeien. "Als je terug moet naar 42, zoals het gevolg zal zijn van de nieuwe stikstofregels, zijn die lasten niet meer op te brengen" zegt ten Hoorn Boer Ook alle andere kosten, zoals energie, onderhoud machines, verzekeringen, belastingen en het doen van noodzakelijke investeringen, zijn met minder koeien gewoon niet meer op te brengen. En dan wonen wij nog niet eens te dicht bij een Natura 2000 gebied!
Het ministerie van LNV zegt dat de boeren wel fosfaatrechten bij kunnen kopen om het aantal koeien weer op peil te brengen. Maar die fosfaatrechten zijn er gewoon niet als alle boeren veel moeten bijkopen. Bovendien moet je dan investeringen doen die niet meer zijn terug te verdienen. De fosfaatrechten van bedrijven die door de overheid worden uitgekocht verdwijnen bovendien van de markt. Peperdure technische oplossingen zijn slechts weggelegd voor zeer grote bedrijven en bovendien moeten ze nog standhouden voor de rechter, als Vollebroek ze aanvecht.
Ten Hoorn Boer wil graag zijn verhaal doen. Hij en zijn gezin hebben altijd prima van het bedrijf kunnen leven, maar wat er nu gebeurt, “doet ons de das om”.
Sinds 2017 is het aantal melkveebedrijven volgens het CBS met een kwart afgenomen. In 2024 waren er nog 13.900 over. Daarbij moet worden bedacht dat één boer wel vijf andere mensen aan het werk kan houden: toeleveranciers, transporteurs, de zuivelindustrie, accountants en andere bedrijven die afhankelijk zijn van de agrarische sector.
Als de kleinere bedrijven verdwijnen, blijven uiteindelijk vooral de grote, kapitaalkrachtige bedrijven met honderden koeien over. De vraag is dan: is dat wat we willen?
Omgekeerde vlaggen
De omgekeerde Nederlandse vlag is sinds de boerenprotesten een bekend symbool. De vlag wordt letterlijk “op zijn kop” gehangen om te laten zien dat boeren vinden dat Nederland een verkeerde richting opgaat. Het is een zichtbare manier om aandacht te vragen voor de onzekerheid waarmee boeren nu te maken hebben. Volgens Bert is het een noodzakelijk signaal in een tijd waarin boeren zich niet gehoord voelen.
Ergernis
Ten Hoorn Boer ergert zich regelmatig aan de manier waarop er over Nederlandse boeren wordt gesproken. Volgens hem wordt vaak een eenzijdig beeld geschetst, bijvoorbeeld de bewering dat
Nederlandse veehouders vooral voor de export produceren en dat Nederland vervolgens met de mest blijft zitten.
“Natuurlijk wordt Nederlandse zuivel geëxporteerd naar landen als Duitsland, België en Frankrijk,” zegt hij. “Maar die landen maken allemaal deel uit van de Europese Unie. In hoeverre kun je dan nog spreken van export?”
Productie en landbouwlogica
Dat is niet het enige: elk land produceert vooral datgene waar het van nature goed in is. Nederland produceert veel zuivel, omdat een groot deel van de landbouwgrond minder geschikt is voor akkerbouw, maar wél uitstekend kan worden gebruikt als weidegrond.
Mensen eten geen gras — koeien wel. Koeien zetten gras om in melk en vlees. Andere landbouwproducten, zoals tarwe voor brood, importeert Nederland juist weer.
De tarwe die in Nederland wordt verbouwd, is vaak een bijproduct dat vooral wordt gebruikt voor veevoer. De meeste tarwe voor brood halen we uit warmere en drogere landen, waaronder de Verenigde Staten, Frankrijk en Oekraïne.
“Stikstofplannen moeten echt van tafel”
Ten Hoorn Boer vindt dat de stikstofplannen van tafel moeten en dat de wetten die de natuur beschermen minder streng moeten worden.
Milieuorganisaties stellen daarentegen dat de natuur er slecht voor staat door stikstofneerslag. Volgens hen is dat te zien aan de wildgroei van bramenstruiken, brandnetels en pijpestrootjes.
Een voorbeeld dat vaak wordt aangehaald is het Fochteloërveen, een Natura 2000‑gebied waar het wemelt van de pijpenstrootjes. Telkens wanneer natuurbeschermers een vergunning aanvechten, krijgen zij bij de rechter gelijk.
Ten Hoorn Boer ziet dat anders. Het Fochteloërveen is een vochtig gebied, en juist daardoor gedijen pijpenstrootjes daar goed.
Daarnaast zijn er andere factoren die de groei van pijpenstrootjes stimuleren: minder begrazing, veroudering van de heide, en het feit dat het gebied nat blijft door regen of beheer. De plant houdt van zure grond, vochtige omstandigheden en een voedselarme bodem.
Geesje Rotgers (Stichting Agrifacts): “De werkelijkheid”
Nieuwe gegevens zetten het stikstofdebat op scherp.
Het kabinet, nu nog met reces, zal opgelucht ademhalen wanneer het werk weer wordt hervat: het jarenlang slepende stikstofprobleem lijkt ineens te verdampen. Het rekenmodel Aerius — al jaren bekritiseerd vanwege afwijkingen die kunnen oplopen tot 50 tot 100 procent — kan volgens critici linea recta de prullenbak in.
Het stikstofsysteem werd ooit opgetuigd om de Nederlandse natuur te beschermen. Politici benadrukken al jaren dat het slecht gaat met onze natuur en dat ingrijpen noodzakelijk is. Maar nieuwe gegevens werpen een ander licht op die boodschap.
In Nederland wordt de staat van de natuur al drie decennia systematisch gemonitord op meer dan 10.000 locaties. Elke drie à vier jaar wordt per gebied de vegetatie nauwkeurig in kaart gebracht. Zo houden alle Europese landen hun natuur in de gaten — maar nergens gebeurt dat via een model dat grotendeels leunt op aannames en berekeningen, zoals in Nederland. Elders kijkt men simpelweg naar wat er daadwerkelijk groeit en bloeit.
Stichting Agrifacts (STAF) vroeg de meetgegevens van de afgelopen dertig jaar op. De overheid stelde dat deze niet vrij beschikbaar waren, een houding die volgens critici vooral politiek gemotiveerd lijkt. Na langdurig aandringen kreeg STAF toch toegang tot een groot deel van de data.
Uit de vrijgegeven gegevens blijkt volgens de stichting dat de Nederlandse natuur helemaal niet is verslechterd. Er is geen sprake van massale overwoekering door brandnetels en bramen, geen ecologische instorting — in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd.
Als deze bevindingen kloppen, zouden trekkeracties overbodig worden, bouwprojecten weer kunnen doorgaan en zouden de miljarden die nu worden uitgegeven aan uitkoopregelingen niet langer nodig zijn. Dat geld zou dan kunnen worden ingezet voor bijvoorbeeld de zorg.
Maar wanneer de overheid vasthoudt aan het huidige beleid, vrezen sommigen een herhaling van de toeslagenaffaire: een kleine groep Nederlanders die door rigide regelgeving en ambtelijke tunnelvisie wordt vermalen, met langdurige maatschappelijke schade tot gevolg.
Juist nu ligt er een belangrijke opdracht voor onderzoeksjournalisten: feiten boven tafel krijgen, systemen doorlichten en controleren of het beleid wel strookt met de werkelijkheid. Want als de basis van het stikstofbeleid wankelt, verdient dat een kritische en grondige herbezinning.
Tekst en foto: Paula Bansema
Reactie plaatsen
Reacties