Column - Wanneer jongeren 17 jaar worden, ontvangen zowel jongens als meisjes een dienstplichtbrief. Veel mensen denken dat dit een oproep is om in dienst te gaan, maar dat is het niet. Het is een administratieve melding: je wordt officieel geregistreerd voor de militaire dienstplicht. Die dienstplicht bestaat nog steeds, maar de opkomstplicht is al sinds 1997 opgeschort.
Toch roept deze brief vragen op. Want hoe vrijwillig voelt het, als je meteen een militair registratienummer krijgt? En waarom wordt deze registratie juist nu benadrukt, in een tijd waarin de oorlog in Oekraïne dichterbij lijkt te komen?
In een uitzonderlijke noodsituatie — bijvoorbeeld bij oorlogsdreiging — kan de overheid sneller opschalen. Dat maakt veel jongeren en ouders bezorgd. Want wat als de oorlog zich uitbreidt? Moeten we dan onze jongeren sturen? Moeten zij de dupe worden van internationale spanningen en geopolitieke conflicten?
Jongeren hebben recht op veiligheid, onderwijs, werk en toekomstperspectief. Dat staat voorop.
Kijken we door de ogen van jongeren, dan zien we verschillende reacties. Sommigen halen hun schouders op. Anderen vinden het spannend of stoer. Maar er is ook een grote groep die zich zorgen maakt en met vragen zit.
Vragen zoals:
“Als ik naar Oekraïne moet, kom ik dan nog wel levend terug?”
“Waarom zou ik moeten vechten in een oorlog van een ander land? Wat levert dat mij op?”
“Als ik gewond raak en bijvoorbeeld mijn benen verlies, wat biedt Nederland mij dan om verder te kunnen leven?”
“Als ik terugkom van mijn dienstplicht, hoe ziet mijn toekomst er dan uit? Sta ik er alleen voor, of helpt Nederland mij om weer te kunnen functioneren in de maatschappij?”
En heel praktisch:
“Als ik nog op school zit, mag ik mijn opleiding dan afmaken?”
“Als ik een baan heb, kan ik dan terugkeren? Krijg ik überhaupt nog werk als ik terugkom?”
Ook de familie speelt een grote rol:
“Hoe worden mijn ouders, broertjes en zusjes begeleid als ik weg ben?”
“Wat gebeurt er met hen als ik overlijd?”
“Zijn er voorzieningen als ik gewond terugkom?”
Dit zijn geen kleine vragen. Dit zijn levensvragen.
Voor ouders is de angst minstens zo groot. Je kind naar een oorlogsgebied sturen — dat is een nachtmerrie. De onzekerheid, de spanning, het niet weten of je kind terugkomt, of getraumatiseerd thuiskomt… Het kan een enorm schuldgevoel en blijvende stress veroorzaken. Wie vangt deze ouders op??
De samenleving lijkt zich steeds meer voor te bereiden op een mogelijke oorlog. Dat geeft druk op jongeren én op ouders. Het kabinet zaait onrust door jongeren te registreren en te spreken over “sneller opschalen”. Dat voelt voor veel mensen alsof er iets op handen is.
Mijn eigen ervaring
Ik heb zelf in dienst gezeten. Als jonge vrouw van 17 meldde ik mij aan. Het avontuur trok mij: weg van huis, kameraadschap, groei, verantwoordelijkheid, iets kunnen betekenen.
En ja, ik heb veel geleerd: discipline, structuur, doorzettingsvermogen, verantwoordelijkheid, kameraadschap. Maar ik was ook naïef. Ik ontdekte later wat Defensie betekent in oorlogstijd — niet alleen als militair, maar ook als thuisfront. Ik was getrouwd met een defensieman die regelmatig werd uitgezonden. Ik heb gezien wat dat doet met een gezin.
De gewone burger ziet dit nauwelijks. Jongeren al helemaal niet. Zij weten niet wat Defensie werkelijk inhoudt, zeker niet in oorlogssituaties.
Defensie is een totaal andere wereld dan de burgermaatschappij. Je kunt die twee niet met elkaar vergelijken.
Defensie kan prachtig zijn en veel bieden. Maar het is geen oplossing voor maatschappelijke problemen. Dienstplicht invoeren om de mentaliteit van jongeren te veranderen is geen gezonde gedachte.
Normen en waarden, respect, discipline — dat begint thuis. Bij ouders. Bij opvoeding. Bij onderwijs. Niet op de kazerne.
Defensie kan wel helpen om jongeren wat meer structuur te geven, en discipline, e.d. maar ik weet niet of dit geld in oorlogstijd waar normen en waarden weer heel anders liggen in de gewone maatschappij.
Defensie kampt met grote personeelstekorten en wil groeien naar 100.000 medewerkers om volledig inzetbaar te zijn als oorlogsorganisatie. Maar moeten we daarvoor onze jongeren inzetten?
Laten we niet vergeten dat deze tekorten het gevolg zijn van jarenlange bezuinigingen.
Moeten we dan ons personeelstekorten versneld opschalen met onze jongeren wanneer er een oorlogsituatie zich aankondigt??
We moeten luisteren naar jongeren. Met hen in gesprek gaan. Kijken wat ze willen, wat ze kunnen, wat ze nodig hebben. Hoe we hun toekomst weer perspectief kunnen geven, kan defensie hier wat in betekenen zeker, maar Vrijwillige (dienstplicht) — in de situatie waarin we nu leven — is in mijn beleving geen gezonde manier van recruteren. Niet voor jongeren die 17 zijn, en niet voor de samenleving die hen zou moeten beschermen.
Tekst Paula Bansema
Reactie plaatsen
Reacties