Samen veilig in Hoogeveen

Burgemeester Martijn Breukelman hijst de valg Stop geweld tegen Vrouwen

Het project Samen veilig in Hoogeveen wordt mede mogelijke gemaakt door de initiatiefneemsters Saskia Manusama en Paula Bansema.

En wordt ondersteund door SWW, de Bibliotheek Hoogeveen en bloemenshop De Vergeet mij Niet.

Op 11 maart start in de Bibliotheek Hoogeveen een bijzonder en belangrijk project: femicide – Samen veilig in Hoogeveen.

Dit initiatief wil aandacht geven aan een thema dat vaak verborgen blijft, maar grote impact heeft: geweld tegen vrouwen en meisjes in de uiterste, tragische vorm daarvan – femicide. Door er openlijk over te spreken, wil Samen Hoogeveen bijdragen aan bewustwording, preventie en verbinding.

Wat gaat er gebeuren?
Gesprekken met professionals: deskundigen uit de zorg en hulpverlening delen kennis en ervaringen.

Stem van ervaringsdeskundigen: mensen die zelf met fysiek en psychische geweld te maken hebben gehad, vertellen hun verhaal.
Hun verhaal waar ook kinderen in zijn betrokken.

Dialoog met het publiek: bezoekers krijgen ruimte om vragen te stellen, ervaringen te delen en samen te zoeken naar oplossingen.

Het doel is om veiligheid en verbondenheid in Hoogeveen te versterken. Door kennis te delen en taboes te doorbreken, ontstaat er meer begrip en een gezamenlijke verantwoordelijkheid om geweld te voorkomen.
Netwerken om het gezin heen om elkaar beter te kunnen.
Veiligheid voor meisjes en vrouwen centraal zijn.

Uitnodiging
Iedereen is welkom om deel te nemen aan deze gesprekken. Samen kunnen we bouwen aan een gemeenschap waarin respect, veiligheid en gelijkwaardigheid centraal staan.


NPO 3 start wekelijks met een documentaire Fase 8 : Femicide

Vanaf woensdag 14 januari

NPO 3, NPO Start en npodoc.nl 20.25 uur

Hoe kan een moord die voorspelbaar is toch gebeuren? In deze vierdelige serie doen documentairemakers Henk van der Aa en Jessica Villerius onderzoek naar de nieuwste inzichten over femicide en proberen daarmee een volledig beeld van deze misdaden in kaart te brengen.

De makers gaan in gesprek met onder meer overlevenden, kinderen van slachtoffers, maar ook daders. De serie laat zien dat partnerdoding vaak het eindpunt vormt van een voorspelbaar proces dat te herkennen is in acht fasen. 

Het schetst een verontrustend beeld van hoe jarenlange manipulatie, onderdrukking en fysiek en emotioneel geweld schakels zijn die uiteindelijk via een bijna vast patroon kunnen uitlopen op moord. Toch wordt dat patroon vaak pas achteraf zichtbaar. Hoe kan het dat slachtoffers vaak niet serieus worden genomen? Waarom wordt er pas over gesproken wanneer het te laat is? En wat is er nodig om dit patroon op tijd te doorbreken?

 

Regie: Jessica Villerius en Henk van der Aa
Omroep: BNNVARA
Producent: Posh Productions

Bron: NPO DOC KLIK HIER voor meer informatie

Foto: Huilende vrouw i.v.m. Femicide

Eerste aflevering Fase 8: Femicide  KLIK HIER

Tweede aflevering Fase 8: Femicide KLIK HIER

Derde aflevering Fase 8: Femicide KLIK HIER

Vierde aflevering Fase 8: Femicide KLIK HIER

 


Een persoonlijk verhaal over femicide en jeugdtrauma

Wat is femicide?
Femicide is het opzettelijk doden van een vrouw omdat ze vrouw is. Het is een extreme vorm van gendergerelateerd geweld en komt vaak voort uit machtsongelijkheid, controle en haat tegen vrouwen.

Kinderen kunnen helaas ook slachtoffer worden in situaties van femicide. Hoewel femicide in de strikte zin verwijst naar het doden van vrouwen vanwege hun gender, zijn kinderen vaak indirecte of zelfs directe slachtoffers van het geweld dat eraan voorafgaat of ermee gepaard gaat.

Een persoonlijk verhaal
Hier volgt het verhaal van een slachtoffer dat na jaren de moed heeft gevonden om te spreken over haar thuissituatie als kind.

Ik spreek over ruim 55 jaar geleden. Ik was toen een heel jong meisje, maar al zeer bewust van de wereld waarin ik leefde. Alleen wist ik nog niet wat normaal was en wat niet. Ik was verlegen, een dromer, een meisje dat fantaseerde over mooie dingen, maar ook veel op straat was.

Als baby was ik niet geliefd. Ik was zeer klein—vijf pond en vier ons. Mijn moeder vertelde mij toen ik ongeveer twaalf jaar was dat ze mij niets aan vond, en zeker niet toen ik nog zo klein was.

Mijn vader was dominant, mijn moeder ondergeschikt aan hem. Als kind stond ik er alleen voor. Ik kende geen liefde, geen knuffels. Ik kon geen kind zijn—behalve op straat.

Thuis voelde ik me nooit veilig. Ik heb geen jeugd gehad waarin ik me vertrouwd en beschermd voelde. Het kind-zijn is mij afgenomen, en ik heb er nauwelijks herinneringen aan.

Al op jonge leeftijd was ik zelfredzaam. Ik moest mezelf ontwikkelen op eigen kracht, en dat deed ik onbewust met de mensen om mij heen die ik vertrouwde. Maar dat vertrouwen vond ik niet thuis bij mijn ouders
.
Ik was doodsbang voor mijn vader. Mijn moeder maakte daar misbruik van. Als ik iets verkeerds had gedaan—zoals mijn speelgoed niet opruimen—moest ik wachten tot mijn vader thuiskwam. Dan kreeg ik een pak slaag.
Soms werd ik geslagen met een theedoek, soms met een schoen, soms gewoon met harde klappen. Dat was normaal voor mij. Ik wist niet beter, totdat ik ouder werd en begon te begrijpen wat er in de wereld speelde.

Op school stond ik er alleen voor. In de ogen van mijn ouders waren cijfers niet belangrijk. Ik werd niet geholpen of gestimuleerd. Pas als school aan de bel trok, werd er even actie ondernomen—maar dat ebde snel weer weg.

Ik groeide op in eenzaamheid. Ik was een meisje van de straat, maar ik vocht als een tijger. Op school kreeg ik geen aansluiting, ik zonderde mij altijd af. Ik werd veel gepest en was een onzeker, timide meisje.
Er kwamen nauwelijks vriendjes of vriendinnetjes bij mij thuis. Kinderen voelden zich niet prettig bij ons, wat achteraf begrijpelijk is.
Ik gaf signalen af, maar niemand reageerde. Dus moest ik voor mezelf vechten. En ik moet zeggen: dat is me aardig gelukt, dankzij de positieve kracht die ik toen had en gelukkig nog steeds bezit
.
Op een gegeven moment kreeg ik verkering met de man met wie ik later zou trouwen. Het was een mooie periode van verliefdheid, maar ook een moeilijke tijd van loskomen van mijn ouders.

Mijn vader mishandelde mij psychisch en manipuleerde me ernstig. Dat werd versterkt doordat hij ging studeren over het geloof. Ik was zijn project en werd onderworpen aan ernstige manipulatie met zeer ingrijpende gevolgen.
Er werd een web van angst om mij heen gespannen. Elke poging om te vluchten uit pure angst werd tegengehouden door dat web—door de angst zelf.

In mijn puberteit had ik nauwelijks vriendinnen. Ik mocht nergens naartoe en als ik niet strikt op tijd thuis was, werd er weer geslagen, gevloekt en gescholden, en kreeg ik huisarrest.

In mijn verkeringstijd, rond mijn achttiende, werd mijn vriend uitgezonden naar het buitenland voor negen maanden. Met kerst kreeg ik een ‘collect call’—een gesprek waarbij ik de kosten moest betalen.
Mijn vriend zei: “Maak je geen zorgen, ik betaal de rekening direct aan je ouders.”
Zo verliefd als ik was, dacht ik niet aan de gevolgen. Ik ging helemaal op in ons gesprek.
Na afloop moest ik mijn ouders vertellen wat hen te wachten stond.

Dat ging mis. Mijn vader werd woedend, greep me vast, sleepte me naar de gang en gooide me op de trap.
Daar pakte hij me bij mijn keel en kneep die dicht. Hij schreeuwde: “Geen enkele vreemde komt aan mijn rekening.”
Gelukkig liet hij weer los. Dat was mijn geluk. Mijn moeder zat erbij, keek toe en deed niets om mij te helpen.
Ik was te bang om aangifte te doen. Ik dacht er niet eens aan. Ik was verward en begreep er niets van.

Die onbewuste angst bleef me achtervolgen. Op mijn twintigste ging ik trouwen. Mijn ouders moesten toen officieel het jawoord geven. Het werd een trouwerij die in een nachtmerrie eindigde. Ik stond nog steeds positief in het leven en was een romantisch typetje. Hoe mooi zou het zijn om te trouwen op de trouwdag van je ouders—14 november—zodat ze opnieuw, maar nu voor hun dochter, het jawoord moesten geven.

Helaas: het jawoord moesten ze geven, maar op het gemeentehuis vertelde de vriendin van mijn moeder dat mijn ouders officieel gescheiden waren. Ik wist van niets. Dat was de eerste klap van mijn huwelijksdag. Mijn droom spatte uiteen.

Op mijn tweeëntwintigste kreeg ik mijn eerste kindje, een zoon. Na de geboorte raakte ik in een zware depressie.
Ik durfde niet meer naar buiten. Ik was bang als de telefoon ging. Angstig voor een bepaalde kleur auto.
Ik voelde me alsof ik niet op deze aarde was, maar in een andere dimensie.

Mijn hart sloeg meer dan tweehonderd keer per minuut. De arts gaf me een injectie om mijn hart weer normaal te laten kloppen. Ik belandde in een vicieuze cirkel van angst. Ik viel pardoes in slaap, en als ik wakker werd, was er een grote, ongrijpbare angst waar mijn darmen op reageerden, waardoor ik direct naar de wc moest. Ik raakte in paniek en begon te huilen, waarop mijn man me van de wc moest halen. Mijn hart ging tekeer als een bezetene, en dit ritueel herhaalde zich regelmatig.

De dagelijkse angst was intens. Ik wist niet waar het vandaan kwam, maar het brak me volledig.
Ook hier moest ik zelf om hulp vragen. Maar ik wilde die stempel niet. Ik was toch niet gek? Al voelde ik me wel zo bekeken.
Mijn man wist ervan, maar stond machteloos. De huisarts wist het, maar wachtte tot ik zelf de stap zette.

Uiteindelijk deed ik dat. Ik stond voor het raam, keek uit over de singel en dacht: “Ik wil niet meer. Ik maak een eind aan mijn leven.”

Gelukkig had ik nog een sprankje bewustzijn en greep ik naar de telefoon. Ik belde de huisarts.
“Dokter, u moet nu komen.”
Binnen twee minuten stond hij voor de deur. Ik brak. Ik stortte volledig in.

Vijf jaar lang zat ik in een zware depressie. Vijf jaar lang kreeg ik begeleiding van het Riagg.
Een fantastische vrouw hielp mij. Ze luisterde écht. Ze hielp me alles te verwerken. Ik ben haar nog steeds dankbaar.

Helaas bleef mijn vader nog steeds aan mij kleven, ondanks dat ik afscheid van mijn ouders had genomen.

Er kwam weer contact door mijn positieve kracht en mijn romantische inborst. Hoe mooi zou het zijn om weer herenigd te worden met je ouders wanneer je een tweede kindje verwacht.

Ook deze droom ging kapot. Nadat mijn man had gevaren en ik ruim drie maanden zwanger was, belde ik mijn moeder op en vertelde haar dat ik een bijzondere verrassing had. Ik vertelde blij en enthousiast, in het bijzijn van mijn man, dat ze voor de tweede keer oma zou worden.
Haar enige reactie was: “Heel fijn voor jou, maar ik vind er geen donder aan.”
Dit was het moment waarop ik definitief met hen brak. En dat heb ik ook gedaan.

Maar mijn vader verbrak schijnbaar zijn band met zijn dochter—de band waarvan hij dacht dat hij die had, op zijn controlerende, manipulatieve manier. Hij bleef mij achtervolgen tot aan de dood van mijn moeder.

Een aantal jaren later overleed mijn vader. Dat was mijn grootste verlossing. De last viel volledig van mijn schouders. Ik ben niet bij zijn begrafenis of crematie geweest. Het deed, en doet, mij niets.

Jaren later hoorde ik van verschillende mensen hoe mijn vader met mij omging. Het werd bevestigd. De enigen die mij als kind hebben geholpen—waar ik me nooit bewust van ben geweest—was de zus van mijn moeder waar ik regelmatig mocht logeren. Zij zag dat ik het thuis niet fijn had.
Mijn oma vertelde zelfs dat ik met een natte theedoek werd geslagen.

Ook klasgenootjes stelden later vragen en vertelden hoe ik was, en dat ze er niets van snapten.

De aanloop naar femicide heeft achttien jaar geduurd. De nasleep blijft je hele leven bij. Je draagt het mee in je rugzak.
Wat ik hiermee wil zeggen: vrouwen moeten gaan praten. Femicide is een groot en belangrijk begrip.

Ook kinderen—waaronder jongens—kunnen slachtoffer zijn, zeker wanneer het zich in een gezinssituatie afspeelt zoals bij mij thuis.
Femicide eindigt niet altijd in moord. Er gaat veel aan vooraf.

Wat ik bijzonder vind: vroeger werd er niet over gesproken. Alles werd in de doofpot gestopt.
Nu praat men erover, maar in mijn ogen nog steeds te weinig.

Het systeem faalt in de hulp aan kinderen.
Signalen worden niet herkend—op scholen, bij verenigingen, door familieleden.

Er wordt te veel veroordeeld. Te veel verscholen achter protocollen.